GPS, de eerste Puerto Ricaanse vrouwenband in Los Almendros


Klik op de afbeelding om de afbeelding te vergroten en te kunnen delen.

GPS, de eerste Puerto Ricaanse vrouwenband in Los Almendros

Geschreven door May Peters

Als je van al het machismo af wilt zijn, gooi je je ziel en zaligheid in een vrouwensalsaband. Een jaar geleden werd ik gevraagd door Myra Galíndez als directora musical van GPS, Galíndez Proyecto de Salsa, de eerste salsaband in Puerto Rico die bestaat uit vrouwen. Heerlijk, al die prachtige Puerto Ricaanse vrouwen die je op handen dragen, ‘maestra’ tegen je zeggen, je Medallas brengen en luisteren als je wat zegt. Let wel: luisteren in de vorm van aandacht schenken, niet als aanleiding om iets te ‘doen’. Dat is een ander proces in de Cariben. Zou ik het nog meemaken?

‘Myra, ik ken geen mannelijkere naam dan de Amerikaanse variant voor de Tom Tom.’ Mijn creatieve geest en mijn hersenen maken overuren sinds ik begonnen ben op de Inter Americana Universiteit. Waar ik overigens vooral bezig ben om de directeur van de afdeling Humanidades erop te wijzen dat hij moet communiceren. Zo ging de eerste les van de cursus Geschiedenis van Puerto Rico tot twee keer toe niet door. De reden zal vast ook in diezelfde cursus worden opgehelderd!

Voor de salsavrouwenband wist ik in elk geval voor de belangrijkste posities bas, lead vocal en timbales muzikanten te vinden. Omdat ik ook de enige musicus ben van de band die 18 jaar professioneel bezig is in de muziekscene van Puerto Rico en twintig jaar daarbuiten. Rocio, de bongocera was bijvoorbeeld vijf toen ik voor het eerst op het eiland kwam. En de twee zangeressen van GPS waren toen nog getrouwd en hadden jonge kinderen. Nu zijn ze al oma! Met de vrouwensalsaband werk ik elke week op dinsdag in Bayamón.
Prikkelgevoelig als ik ben, voer ik elke dinsdag een strijd met een niet uit de kast gekomen homosexuele barbaas, die mij tot vier keer toe niet verstaat als ik hem vraag de televisie wat zachter te zetten. Hij heeft twee schermen in zijn zaak. ‘Ik weet niet hoe dat moet,’ zegt de gek. ‘Heb je een schaar?’De enige voeding die ik af en toe krijg, is  af en toe een bezoekje van Johnny Ortiz, een van Puerto Rico’s grootste salsacomponisten. Zijn olijke kop is ook vereeuwigd in olieverf tussen andere salseros die je vanaf de muur toelachen. Maar voordat die drie microfoons het dan doen. ‘Is hier ook licht op het podium?’

Dat ik met gevaar voor eigen leven elektrische fratsen moet uithalen, komt gewoon doordat mannen mij negeren. Harry? Ik voel dat hij zijn vijftigjarige Eudipus complex op mij projecteert als hij me zogenaamd weer niet verstaat. Ik beschouw het maar als een test om te kijken of ik nog in balans ben, ga op een wiebelige rotanstoel staan, draai aan de gloeilamp en ‘daar ware licht’… Tot het moment dat een van de microfoons weer stoort. ‘Radio Estland hier’ roep ik. Daar moeten ze dan wel om lachen. Om het beeld te schetsten onder welke erbarmelijke omstandigheden ik een amateurband van genegeerde vrouwen naar grotere hoogten moet brengen! 

Twee dagen voor ons eerste betaalde optreden vraag ik en passant of het geluid is geregeld. De man die ons gecontracteerd heeft, kijkt me met grote ogen aan. ‘Ja, het zijn veel details’, zegt Myra. Ik haal diep adem. Rustig. ‘Drie microfoons voor de zang, twee voor de trombones, twee voor de bongo’s, twee voor de conga’s…’ Ik wil verder gaan, maar de man begint bijna te huilen. ‘Ik stuur je een stageplan voor de volgende keer. De trombones moeten een microfoon.’ Omdat mijn collega conservatoriumstudente Nicole en ik altijd helemaal los gaan met onze trombones, denken ze blijkbaar dat we altijd zonder versterking kunnen spelen. Ze weten niet dat er maar een manier is om het salsa gorda-repertoire van Willi Colón te spelen, mijn held van de jaren ’70 die de trombone introduceerde in de salsa. En dat is gewoon keihard spelen! Daarvoor heb je lucht, lucht en nog eens lucht nodig. En een microfoon.

Bij thuiskomst rond middernacht onderdruk ik de neiging nog een stageplan te ontwerpen en op te sturen. Ik doe wat elke Puerto Ricaan denkt: ‘mañana’. Natuurlijk gaat er de volgende ochtend, terwijl ik mijn Café Rico, Puerto Ricaanse koffie, drink meteen een mail de deur uit met een waanzinnig stageplan. Zouden we dat plan ooit gebruiken in een land dat vooral denkt in gebreken en de politiek de schuld geeft van alles? Ik niet. Ik ben nog een van de gekken die eerst zichzelf de schuld geeft.
Maar ik doe dit nu, dit is mijn bijdrage aan de Puerto Ricaanse maatschappij en cultuur! Emancipatie via schone kunsten. Volgens mij zou je daar in Nederland nog best subsidie voor kunnen krijgen. Hier niet: hier is het met bloed, zweet en tranen.

Krijg ik ook een bericht dat Rumba de Casper, de band waarvan ik de trombonist ben, niet vrijdag maar zaterdag de 25e speelt. Gaat niet, dan heb ik al een optreden. Nondedjuu. Nog nooit heb ik zoveel geld voor een concert van de salsarockband laten schieten, maar de beroepsetiquette vereist: de eerste die mij boekt, heeft me. En bovendien zou GPS danig de weg kwijt raken zonder mij. Er zit niets anders op dan een vervanger te zoeken voor de rockband. Een blik vol salsatrombonisten is zo open te trekken, maar de uitdaging is er eentje te vinden die in alle Caribische stijlen van het eiland kan improviseren. Gelukkig is een Puerto Ricaanse muzikant absoluut niet bang om op zijn gezicht te gaan. Voor dollars zijn ze bereid ver te gaan.

Ondertussen doe ik extra meditatieoefeningen op het strand! I am great, I am a master, uit Kenny Werner’s Effortless Mastery. Net als ik in elke oceaangolf de inspiratie voel en letterlijk een blauwgroene oceaan visualiseer aan ideeën, krijg ik een tekstbericht van Rumba de Caspar. Moeilijke berichten geven ze hier altijd per sms door. Ooooh, Puerto Rico is zeker een paradijs voor psychologen en psychiaters! Het optreden gaat niet door! Ik bel mijn vervanger af, haal diep adem en ‘imagine only masters around me.’
Zaterdag is ons optreden. Ik krijg acht tekstberichten van Myra: ‘Vandaag is de grote dag. Alles is geregeld. Als je bij de parkeerwachter komt zeg dan het wachtwoord Raices.’ Ben wel een kwartier bezig om de inbox van mijn telefoon leeg te maken.
Want, hup, meteen daarna ontvang ik een sms van mijn collega Nicole: ‘Hoe laat kom je me halen?’ Ik had haar eergisteren al meegedeeld dat ik om vijf uur bij haar voor de deur zou staan. Ach, elke Puerto Ricaan leeft bij het uur. Nicole komt uit de Parel van het Zuiden: Ponce, en studeert voor Docent Trombone aan het Conservatorium. Ze is stevig en heeft mooie Indiaanse trekken, en natuurlijk ook weer van dat haar! Sprekend haar moeder die ik verschillende malen op de repetitie gezien heb. Erg verlegen en een dromer, daarom bekommer ik me om haar. Onze tocht naar de bergen in Guaynabo gaat goed.

‘Ja, als je denkt dat je hier niet af moet, dan moet je juist afslaan,’ is de raad van de maestra, die haar eigen handschrift nauwelijks meer kan lezen (dat is de leeftijd. Het handschrift is nog even mooi). Nicole lacht verlegen en we komen inderdaad na twee minuten, of drie of vijf, langs de chinchorro rechts, waar merkbaar iets te doen is. Een chinchorro is een afvallige kroeg met een golfplatendak en goedkoop bier. Puerto Ricanen hebben zelfs een werkwoord voor het frequenteren van zo’n kroeg: ‘chinchorrear’, je gewoon vol laten lopen vanaf een uur of vier, vijf. Als ik stapvoets langs het podium rijd, wijst en schreeuwt een buurvrouw met boze blik: ‘Beneden is de parkeerplaats!’
‘Gracias, mi amor!’ Puerto Ricaans snel a la James Bond keer ik op de berghelling en verrek, ja: rechts beneden strekt zich een gigantisch terrein uit met een tiental verdwaalde auto’s.
‘Plaats zat!’ Edoch, wij worden door een besnorde man met een hoed doorgewezen naar de verste uithoek van het terrein. Daar zal je ’em hebben: onze parkeerwachter!’ Ik rijd al door. Terwijl ik uitstap, zeg ik tegen hem: ‘Nou heb ik tien sms-berichten gekregen met het wachtwoord. We zijn van de band!’
‘Oooh’, zegt de man: dan kunnen jullie daar parkeren.’
Náást de afrit, dertig meter terug.
‘Nou, wat was het wachtwoord dan?’
‘Ja, raices!’

Hij loopt met ons mee over het dampende beton en wijst achter het lint waar we kunnen staan. Als we boven bij de kroeg arriveren, zie ik mijn collega Roberto Achillea. Ik heb hem gevraagd mee te spelen op timbales. ‘May, laat ik je voorstellen aan mijn vrouw…. May Peters. We hebben samen gespeeld bij Eddie Santiago en bij Rafy Leavitt. Ze is mijn zus die blaaaast.’ En dat mag ik altijd graag even voor-buzzen. Meteen al een geweldig publiek. Ik stel Nicole voor. ‘En dat meisje kan ook spelen’, zegt Roberto. ‘Ik ga even naar het podium’.

Een pieppodium met een houten reling langs alle kanten, ook langs kant van het publiek. En … een geluidstechnicus die zich pontificaal geïnstalleerd heeft in het midden van dit podium. ‘Hallo, ik ben May, la directora musical del grupo. Is er een kans dat jij iets naar de hoek kunt gaan?’ Spaanstaligen gebruiken altijd veel minder woorden dan Nederlandstaligen, maar in dit soort zaken moet je zoveel mogelijk woorden gebruiken. En nog meer als je een blanke vrouw bent. Anders ontvang je, zoals ik nu, een dodelijke blik.

‘Waar jij nu zit, staan de timbales. Dat staat in het stageplan dat ik heb opgestuurd.’ Ik hoor hem iets zeggen over te korte kabels en dat wij ons maar om hem heen moeten opstellen. ‘Hoe heet je?’
‘Raúl.’
‘Raúl, luister goed. Doe even wat mogelijk is, want je zit nu midden op het podium. Wat is je achternaam? Ik schrijf bovendien voor Caribe Magazine, en zo kennen ze je heel snel in Nederland…’
Ik loop weg, adem diep in en denk ‘see nothing but masters around you’.
‘Roberto, zet je spullen even op, want die idioot luistert niet naar me. Hij zegt dat wij maar om hem heen moeten bouwen, de gek!’ ‘Oke, ik haal mijn timbales.’ Ik kijk om me heen. Een Medalla zou me nu wel goed doen. Waar is Myra ook? En de rest van mijn vrouwelijke collega`s?
Voor de reling staan twee conga’s waarop een man meespeelt met de muziek. Ik word op mijn schouder getikt: ‘Jij bent de directora musical?’ Verbaasd kijk ik om. Een lange, knappe mulato met bril en zijn haar in dunne vlechtjes, kijkt me stralend aan: ‘Ik heb je op televisie gezien. Geweldige performance. Met een gitariste, he? God, en je ben veel mooier in het echt!’ Ik lig in een deuk. ‘Ik ben Gerald, de vriend van Myra.’
‘Weet Myra dat ook?’ vraag ik als ik hem een hand geef. Gerald houdt mijn hand vast en loopt met me over de dansvloer richting bar.
‘Wat drink je?’
‘Een Medalla.’

gps-2.jpgMijn oog valt op een uithangdoek met onze naam erop. ‘Wacht, ik maak even een foto.’ Snel pak ik de camera uit mijn tas. ‘Ja, goed, zo , jullie ook erop’, zeg ik tegen twee mannen die meteen gaan poseren. Zegt de rechter: ‘Ik heb een kaartje van jou!’ Ik schiet in de lach. Hij komt me bekend voor, ja. Och, de gabalgata in Caguas, een maand geleden. ‘Ja, ik heb je die paarden nog laten zien.’ Hoe is het mogelijk?
Ik kom handen tekort. Nou, daar heb je, Carlos ook. Ik zie hier alleen maar bekenden. ‘Medalla?’ Tja, je bent in een chinchorro of niet. Gerald is inmiddels lyrisch over mij aan de gang tegen een arrogante blanke man. ‘Zíj is de muzikaal leider van deze band. Nou, ja, ongeveer dé …’
‘En wie bent u?’ vraag ik.
‘Ik ben producer.’
‘En welke bands heeft u geproduceerd?’ Ik raak allang niet meer onder de indruk van het woord ‘producer’. In Limburg noemen we dat gewoon een regelaar en die eigenschap is aangeboren! Hier niet. ‘Veel bachata, merengue.’
‘Aha, alweer een koloniaal die minderheidsgroeperingen gaat uitbuiten. Een vrouwenband, natuurlijk! Dat past er precies bij.’
‘Man, kijk op haar website!’ roept Gerald ongeduldig: ‘Die opnamen van jou op tv staat die er ook op?’
‘Ja, verschillende’, zeg ik. Ik neem nog maar een slok.
‘Wat hebben jullie eigenlijk op?’
‘Ik? Whisky met 7-up!’

Dat bestaat hier nog. De koloniaal houdt zijn iPhone van zich af. ‘www.maypeters.com , daar moet je zoeken, anders google je gewoon mijn naam. Waar is trouwens je bril?’ vraag ik. ‘Aaaah, ik ben dronken.’
‘Nou, zoek dan morgen rustig naar mijn website.`

‘Dat haar van jou ook!’ zegt Gerald, ‘Mag ik het even aanraken?’
Dat is natuurlijk buiten alle etiquette, het aanraken van haar van een wildvreemde vrouw. Maar Gerald heeft zulke homotrekken dat ik benieuwd ben wat hij doet. ‘Ja, hoor’. Hij beweegt verrukt met zijn vingers in de lucht. En graait naar mijn haar. Pakt het onder mijn oren vast. Nu heb ik van dat fijne, doch veel haar waar geen föhn aan te pas hoeft te komen. Inderdaad, je hebt er slechts twee handen voor nodig. Gerald wordt nog een stuk groter als hij boven aan mijn schedel is aangekomen. Dit is wat ze bedoelen met volume. En mijn haar zit perfect.

‘Zeg, amigos. Ik ga even kijken hoe het met onze geluidsman staat.’ De man van de tweede zangeres vraagt of het goed is als wij aan de ene kant van het podium staan: ‘Aan deze kant is stroom voor de piano en de bas.’
‘Geen enkel probleem!’ Ik had het zelf al voorgesteld, maar toen zat onze geluidsman nog in een autistische bui. Inmiddels is iedereen aanwezig. Myra is nog aan het bellen met zangeres Marta en de pianist, die er nog steeds niet zijn. Het is zeven uur. ‘Myra, geef me even de setlist.’ Gek dat ze niet de volgorde overneemt die ik heb opgeschreven. Nee, het klopt niet. Nu zingt dezelfde zangeres twee keer achter elkaar. Snel breng ik een verandering aan want ik wil dat we onze eerste set eindigen met Idilio van Willi Colón. En met Todo tiene su final de tweede set, dan kunnen we mijn Libre Medley, die ik van de plaat heb afgeschreven en aangepast voor twee trombones, als uitsmijter doen. Uiteindelijk sta ik de aanpassingen met de hand op de bongo van Rocio op acht A-viertjes te schrijven.

Oké, klaar. Waar is iedereen? Op het moment dat ik iedereen het podium op wil roepen, de jongens staan er al, word ik er van af geroepen. Op de donkere oprit gebaart Myra naar me. Ik doe of ik gek ben, maar ik weet verrekte goed wat er gaat gebeuren. Die godgloeiende amateurs leggen hun spel altijd in de handen van God, zonder zelf een noot te studeren. Myra, in een prachtig zwart gewaad, gaat in het gebed voor.
Iedereen houdt elkaars hand vast. Ik die van de zangeres die een maand lang niet is komen opdagen bij de repetities en die me nog steeds de vier arrangementen moet betalen die ik speciaal voor haar heb geschreven. Judas, de Farizeeërs, ik denk aan al de verraders. Tenslotte heb ik bij de nonnen op school gezeten. `Geen drank op het podium`, zegt Myra. Dat was ik ook niet van plan na vier Medallas om Myra geen onnodige ‘strech’ te bezorgen. Maar ik heb vanzelf het imago geschapen. En word zelfs keurig bediend door onze secretaresse, die met een flesje Medalla aankomt voor mij .
‘Ik dacht dat jij geen water dronk!’ Mijn biertje staat op de rand van het podium en het asfalt als ik aftel voor ons eerste nummer El agua, de grote hit van Bobby Valentín. En het publiek danst en zingt keihard het coro mee: frezca, limpia y clara. Fris, schoon en helder.

Nieuwsdatum: dinsdag 3 april 2012

Betrokken regio's

Salsa agenda voor Internationaal
Latin foto's in Internationaal
Latin nieuws voor Internationaal
Latin danscholen in Internationaal